Menu

U bent hier: Home » Uw gezondheid en veiligheid » Elektriciteit en uw veiligheid

Elektriciteit en uw veiligheid

WEB is verantwoordelijk voor de veilige levering van elektriciteit. Vanaf de meterkast bent u zelf verantwoordelijk voor veilig gebruik van elektriciteit. Daarvoor geven we u graag tips en advies.

Belangrijk!
Laat werkzaamheden aan uw elektrische installatie bij voorkeur uitvoeren door een geregistreerde installateur. Een lijst met geregistreerde installateurs vindt u op hier. Laat anders gedane werkzaamheden in elk geval controleren. De geregistreerde installateur is een specialist die het werk van een elektricien of van u zelf volgens vastgestelde normen inspecteert en beoordeelt.

Weet wat u koopt

Elektrische apparaten worden in principe zo veilig mogelijk gemaakt. Ze moeten aan diverse internationale standaarden voldoen. Toch kunnen er inferieure apparaten op de markt zijn. Weet wat u koopt!

Tips
• Let bij de aanschaf op keurmerken: die garanderen dat de veiligheid door een onafhankelijk instituut is gecontroleerd.
• Koop bij voorkeur apparaten met een geaarde stekker. Deze stekker heeft inkepingen waarin metalen strippen liggen (het Europese systeem), of heeft drie pinnen (het Amerikaanse systeem).
• Nog beter zijn dubbel geïsoleerde apparaten. Dankzij een extra geïsoleerd omhulsel komen ze bij defecten niet onder stroom te staan. Deze apparaten herkent u aan een icoontje van twee vierkanten in elkaar.

Weet wat u doet

Al hebt u de beste apparaten, snoeren, stekkers en stopcontacten aangeschaft: onzorgvuldig gebruik leidt tot onveilige situaties. De twee bekendste, die helaas nog veel voorkomen, zijn overbelasting en kortsluiting. Weet wat u doet!

Overbelasting en kortsluiting
Bij overbelasting wordt er teveel stroom gevraagd doordat er teveel elektrische apparaten tegelijk aanstaan. De elektriciteitsdraden worden dan te warm waardoor de isolatie gaat smelten en er kortsluiting ontstaat.

Kortsluiting kan ook ontstaan als een apparaat of een snoer beschadigd is. De koperen kernen van de elektriciteitsdraden komen dan met elkaar in contact. Dat leidt tot een zeer grote stroomsterkte die oververhitting en smelten van de bedrading veroorzaakt.

In uw meterkast wordt dan de elektriciteit uitgeschakeld door een zekering (‘stop’) die doorbrandt, of een groepsschakelaar of de aardlekschakelaar die omslaat. U zit dan geheel of gedeeltelijk zonder stroom tot de oorzaak van de kortsluiting is weggenomen.

Tips
• Laat niet te veel apparaten die veel stroom verbruiken tegelijk werken. Het gaat dan om ‘stroomslurpers’ als wasmachine, airco, koelkast, elektrische droger, vaatwasser of stofzuiger.
• Sluit niet te veel apparaten op één stopcontact aan en sluit per groep in uw meterkast niet meer dan 1200 Watt aan. Op het specificatieplaatje van uw apparatuur of in de gebruiksaanwijzing kunt u zien hoeveel Watt een apparaat gebruikt. Raadpleeg bij twijfel een geregistreerd installateur.
• Houd u altijd aan de gebruiksaanwijzing van elektrische apparaten.
• Controleer de isolatie van elektrische snoeren. Een veel voorkomende plaats waar de isolatie beschadigd raakt is bij de stekker. Zorg dat de stekker opnieuw wordt gemonteerd, of vervang het apparaat.
• Pak altijd de stekker vast als u hem uit het stopcontact haalt. Trek niet aan het snoer, want dan kan de isolatie beschadigd raken.
• Leg geen snoeren ‘klem’, bijvoorbeeld onder een deur of vloerbedekking. Zorg ook dat snoeren altijd helemaal zijn uitgerold en niet met zichzelf of met elkaar in de war raken. Zo voorkomt u oververhitting en slijtage, die kortsluiting veroorzaken.
• Bevestig elektriciteitssnoeren nooit met spijkers of nietjes. Er zijn speciale kabelklemmen of -beugels te koop om snoeren veilig te monteren.
• Gebruik snoeren niet om iets aan op te hangen.
• Gebruik niet meer dan één verlengsnoer tussen een apparaat en het stopcontact. Hoe meer snoeren u gebruikt, hoe groter de kans dat ze in de war raken. Ook kunt u door een combinatie van verlengsnoeren onbewust te veel apparaten aansluiten.

Zorg voor aarding

Aarding is vooral belangrijk bij apparaten met een metalen behuizing, zoals wasmachines. Als de toevoerdraad van de elektriciteit in contact komt met het metaal, bijvoorbeeld door slijtage of losraken van de isolatie, komt het apparaat onder spanning te staan. Een extra draad (‘aardedraad’) in de aansluitkabel van het apparaat verhindert dat: de elektriciteit wordt afgevoerd via de aarde.

Bij deze zogenaamde ‘aardsluiting’ wordt in uw meterkast de elektriciteit uitgeschakeld doordat de stop doorslaat of de aardlekschakelaar omslaat of aanspreekt.

Als de aardedraad loszit of ontbreekt, blijven uw apparaten gewoon werken. Helaas wordt ondeugdelijke aarding vaak pas ontdekt als het fout gaat: de elektriciteit wordt niet afgevoerd maar zet het apparaat onder spanning. Daardoor kan brand ontstaan, of kan de gebruiker onder spanning komen te staan. Dat is levensgevaarlijk. Omdat vocht een goede geleider van elektriciteit is, moet u vooral oppassen in een vochtige omgeving zoals de badkamer en de keuken.
Bescherm uzelf, zorg voor aarding!

Tips
• Vraag een erkend installateur om de elektrische installatie te inspecteren of te installeren – onder installatie valt ook de aansluiting van apparatuur.
• Pas op met vocht. Plaats geen drankjes of een vaas met bloemen op, of direct naast, elektrische apparaten.
• Gebruik bij voorkeur apparaten met een geaarde stekker en sluit die alleen aan op geaarde stopcontacten.
• Let op: in vochtige ruimten zoals badkamer en keuken zijn geaarde stopcontacten en stekkers verplicht.

Voorkom schade door onweer

Goede aarding van uw elektrische installatie is ook belangrijk bij onweer. Als de bliksem inslaat, kunnen uw elektrische apparaten defect raken. Laat uw elektrische installatie aarden en laat een aardlekschakelaar in uw meterkast plaatsen. Slaat de bliksem in, dan slaat de aardlekschakelaar om en wordt de elektriciteit uitgeschakeld. Zo wordt schade voorkomen!

Tips
• Vraag een geregistreerde installateur om de elektrische installatie te inspecteren of te installeren – onder installatie valt ook de aansluiting van apparatuur.
• Pas op met vocht. Plaats geen drankjes of een vaas met bloemen op, of direct naast, elektrische apparaten.
• Gebruik bij voorkeur apparaten met een geaarde stekker en sluit die alleen aan op geaarde stopcontacten.
• Let op: in vochtige ruimten zoals badkamer en keuken zijn geaarde stopcontacten en stekkers verplicht.

Denk om de kinderen

Kinderen zijn nieuwsgierig en bewegelijk. Dat maakt veilige elektriciteit extra belangrijk. U hoeft maar een paar maatregelen te treffen om ongelukken en gevaarlijke situaties te voorkomen: maak stopcontacten kindveilig, zorg voor goed geïsoleerde snoeren en stekkers, en werk snoeren weg of bevestig ze goed. Denk om de kinderen!

Tips
• Schaf kindveilige stopcontacten aan. Ze zijn voorzien van plaatjes die de openingen van het stopcontact afdekken. De plaatjes gaan alleen opzij als u met de stekker precies even hard op beide openingen drukt. Voor u is dat een handigheidje, voor een kind is het zeer moeilijk.
• U kunt ook uw bestaande stopcontacten afdekken. Daarvoor zijn losse afdekplaatjes verkrijgbaar. Let op: ze zijn verschillend voor geaarde en ongeaarde stopcontacten! U plakt of klemt het plaatje in het stopcontact. Door een veermechanisme zijn de openingen van het stopcontact niet zichtbaar als u het niet gebruikt.
• Haal de stekkers na gebruik van uw apparatuur uit de stopcontacten, zodat de afdekplaatjes op de veilige stand staan.
• Controleer de isolatie van snoeren en stekkers regelmatig. Een kind weet niet wat slechte isolatie is en zal een snoer gewoon beetpakken. Het kan dan een stroomstoot krijgen.
• Werk elektriciteitssnoeren zo veel mogelijk weg. Uw kind kan er over struikelen of er in verstrikt raken. Leg de snoeren langs muren en achter meubels langs.
• Gebruik bij voorkeur een kabelgoot. Een andere mogelijkheid is om snoeren op de plinten vast te zetten met kabelclips.
• Laat geen snoeren op kinderhoogte hangen: dat is een uitnodiging om er mee te gaan spelen.